21-12-07

voorschot op de hemel

 

woelen en omdraaien dieper in het deken duiken en steeds weer dat hart dat klopt. ogen sluiten en rustig worden, jezelf afvragen hoe het komt maar steeds weer dat hart dat als een razende te keer gaat. de hele nacht, uren verstrijken tot het rode ochtendlicht door het dakraampje binnensluipt en nog steeds… wilde dromen en venijnige halfslaapjes op de linkerzij of op de buik of rug maar dat hart dat bonkt tegen de muren van het zolderkamertje.

het mag niet. denken het mag niet ik zou hier niet moeten liggen maar ik doe niets verkeerds en hij zeker niet met zijn rustige ademhaling en volslagen onwetendheid van mijn verwardheid. omdat het niet zou mogen hoewel geen enkele aanraking behalve kleine gevechten voor het grote deken in het grote bed de leden zweten en de adem maakt kringetjes boven het deken. zou hij weten voelen dat hij een ongevaarlijke bedreiging maar hij blijft maar slapen en ik naar adem happen.

het huisje uit sprookjesland met elfenlampjes en tafeltjes stoeltjes en houten trappen naar de hoogste sferen met luikjes die opengaan en muziek die de geesten vult en gemoederen tot twee kinderen hun hoofden hun ogen sluiten de melodie doordringt en vult met welgekomen rust en praten boven vanillethee. rook kringelt door de muren en kijken naar de kunstwerken op zijn lichaam de verhalen die mondjesmaat hun schuilplaats verlaten nee ik rook niet ook geen wiet ik drink al koffie da’s al erg genoeg je hebt nog die onschuld zegt hij met zijn blik van jonge honden ken je dit lied nee.

zij kent het wel daar ben ik zeker van en al het andere ook en ze zou hier uren kunnen vertoeven voorschot op de hemel en samen met jou een zwaar bier drinken en genieten en ze zou niet zoveel praten maar je zou dat niet erg vinden. kook met kokosmelk zegt hij en ik zeg dat zou zij heerlijk vinden maar ik niet. kijkt met oerwoudogen onschuldig misschien moet ik haar hier eens uitnodigen verwarmt zijn handen in het haardvuur we hebben zoveel gemeen.

haar nummer laat ik achter op de keukentafel en grap nog zij is één der laatste onbereikbaren.

en ik vertrek schiet in mijn volle kleren de dag trotseren ik blijf in kamerjas glimlacht kijkt hij me na het sneeuwt lacht hij en ik vraag waar en kijk verwonderd ik ga wandelen met de hond uit het asiel zegt hij en kom gauw eens terug ik beloof niets maar wil het wel ik vertrek mijn hart wordt rustig.

 

 

11:18 Gepost door La fille C | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

03-12-07

Monologue intérieur

 

Ik kijk naar mijn tenen terwijl ik naar het toilet wandel. Ik lees Lucifer van Vondel op het toilet en de engel Raphael zegt: “Het bidden kan een hart van diamantsteen breken”. Even later werp ik  wat pijltjes naar het dartbord dat vervaarlijk op mijn matras balanceert. Het lichtblauwe lint heb ik er netjes langs gedrapeerd. Dat moet kunnen, een beetje kakofonie. De rode lichtbol schijnt matjes op de twee “diamanten” en het hartvormige doosje met de iets te grote ring.

Ik zucht wat, kijk over mijn rechterschouder alsof ik iemand verwacht te zien en zet me dan maar aan het schrijven. Jaja, ik schrijf wel veel poëzie de laatste tijd. Poëzie die ik volgens sommigen maar beter niet zo zou noemen. Bescheidenheid mag vals zijn maar zelfrespect niet oprecht. Dat is als eten als je geen honger hebt om de kok niet te beledigen. Lachen omdat dat van je verwacht wordt. Je haren vergeefs gladstrijken. Bij hoog en laag blijven beweren dat je hem niet mist.

Ik heb de hele zak chips naar binnen gewerkt. Hij was eigenlijk niet voor mij alleen bedoeld. We zouden hem samen met de champagne, het rode kaasje en het blauwe lint opeten. Ik zal hier maar niet vermelden dat ik perfect berekend heb hoeveel calorieën ik uit die zak in mijn lichaam opgestapeld heb. Dan beginnen ze weer te zagen over dat ik helemaal niet op mijn lijn moet letten. Nou, ik moet de eerste vrouw die haar lijn verwaarloost nog tegenkomen. Huichelaars! Zo zou Jezus Christus hen genoemd hebben. Althans dat denk ik toch. Ik heb nog steeds een erg hoge dunk van die Christus. Maar ik wijk af.

Ik breng mijn vinger naar mijn mond en besef net op tijd dat ik besloten had mijn nagels niet meer af te bijten. In een fractie van een seconde dringt het tot mij door dat de radiator weer lawaai maakt, of is het de frigo? Ik bedenk er meteen bij dat we veel te weinig stilstaan bij dergelijke banale zaken. Misschien is dat wel goed.

Ik zie dat het uurwerk de tijd genadeloos weergeeft. Ik maak nog een twijfelende beweging met mijn lippen, stoot bijna een leeg glas om en staar nog even naar de poster met een detail uit een Klimt. Mijn schouders ophalen is overbodig maar ik doe het toch. Had ik dat handvat van de waterkoker maar niet gebroken. Leefde ik maar op een roze wolk. Was perfectie maar een nachtmerrie die je kon schoppen als je dat wilde.

En dat het nu maar regent dat het kraakt want ik wil slapen in overvloed.

 

 

 

01:03 Gepost door La fille C | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |