17-03-07

~ Vagina dentata ~

 

Plots baadt de stad in het zonlicht. Plekjes die je nooit voor mogelijk had gehouden, komen behoedzaam tevoorschijn. Menselijke creaturen van wie je amper durfde hopen dat ze nog zouden bestaan, verlaten hun kamers en huizen, hun hokjes en holletjes. De populatie lijkt verdrievoudigd. Alles lééft.

 

~

 

De fiets is van het voorwiel beroofd en dus doet ze het te voet. Letterlijk. Haar maandenlang opgesloten voeten ademen en genieten van het eerste contact met Moeder Aarde. Of in elk geval met het zacht-warme beton. De wind flirt onzeker met haar haren, de zonnestralen weerkaatsen op haar winterwitte gezicht. Ze slaakt een gelukzalig zuchtje en vangt spontaan een huppelpasje aan. Ze glimlacht, zingt en groet haar tegenliggers met gekmakende vriendelijkheid.

 

De eerste picknick van het jaar wordt gehouden. Met de vrienden. Vrienden, zoals ze haar handjevol vrouwelijke klasgenoten al wekenlang liefdevol noemt. Of ze eindelijk eens iets over hen zal schrijven. Dat vragen ze. Ze eten broodjes en koekjes, appels en joehoert met vanillesmaak. Er wordt gekibbeld over de Nutella en de goedkope duochoco. De talloze schaterlachjes stijgen op en vernevelen aan de staalblauwe hemel.

 

De zon is echter onzeker. Ze aarzelt, flirt met stapelwolken en verdwijnt uiteindelijk achter de grijze nevelige slingers.

 

De terugweg verloopt anders. De haartjes op haar armen staan rechtop, een rilling doorkruist haar rug en ze vloekt een beetje omdat ze te voorbarig was. Verzonken in gedachten stapt ze de opeenvolging van lange straten door. Ze weet het allemaal niet zo goed. Waarom ze daarnet zo vrolijk was, is opeens onduidelijk. Het leven kijkt haar dwingend in de ogen en ze slikt. Wie ben je? Waar ga je heen? En bovenal: waarom?

 

~

 

Hij moet ze ook meegemaakt hebben, die existentiële kwesties. Dat zie je aan de manier waarop hij kijkt wanneer hij praat. Weggelopen als het ware uit één van de boeken die hij zo stelselmatig adoreert. Dat wij hem ook adoreren begint wel overduidelijk te worden. Een hele week lang worden speculaties gemaakt, weddenschappen afgesloten en minzame grapjes gemaakt over Het Leukste Uur-en-een-kwart van de week: de literatuur uit het Interbellum onder de deskundige leiding van de jongeheer met initialen CDS.

 

Als cynisme een gezicht zou hebben, zou het lijken op het zijne. Zijn zachte ogen blijven immer verscholen achter een professorbrilletje. De haarcoupe was hip twee decennia geleden. Zijn kleren lijken koste wat kost onopvallend te willen blijven. Tevergeefs uiteraard, want wij waren gek op ‘m vanaf de eerste oogopslag. Het is ’n wedstrijd geworden. Wie zijn bikkelharde opmerkingen kan doorstaan, of in een zeldzaam geval kan retourneren, krijgt punten. Een verleidelijke blik, een ironische opmerking en zelfs Paul Van Ostaijen worden schaamteloos in de strijd geworpen.

 

Hij staat echter nog steeds overeind, kijkt ons recht in de ogen en praat zonder verpinken over vermeende erotische literatuur, freudiaanse lapsussen en vagina dentata. Het is nog steeds één-nul in zijn voordeel. De vrienden staan klaar om terug te slaan…

 

S.

 

 

www.samoera.com/rubriek/dichter/carl-de-strycker

 

15:43 Gepost door La fille C | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

02-03-07

~ Titelloos ~

 

Er zat een meisje op de trein. Ze huilde. Het waren mooie tranen. Niet van die tranen die je ogen rood kleuren en je gezicht vlekkerig maken. Het leek alsof haar verdriet van een dergelijke schoonheid was dat haar lichaam het niet kon dragen. En dus vloeiden de tranen. Ze stroomden als glinsterende slingers over haar zachte wangen. Als me gegund geweest was haar gedachten te lezen, dan had ik geweten dat ze huilde om iets wat even mooi als pijnlijk was. Dan had ik opgemerkt dat haar lippen desondanks een kleine glimlach vormden, als herinnering aan wat geweest was.

 

Ze was aan het piekeren. Ik voelde dat ontelbare beelden elkaar in sneltempo opvolgden wanneer ze haar ogen sloot. Gedachten teisterden haar onophoudelijk in de vorm van vragen, halve antwoorden en wanhoopskreten die steevast begonnen met “wat als”…

 

Ik nam haar verschijning minutieus in me op en bedacht dat ze nog nooit zo mooi was geweest. De eerste zon had haar warrige krullen een glanzend-blonde schijn gegeven. Haar gestroomlijnde schouders waren zichtbaar. Ik vermoedde dat ze schouders prachtig vond. Mijn blik bleef rusten op de in zwarte kousen verpakte benen die onder het korte rokje eindigden in zwarte laarsjes.

 

Als ik hem was geweest had ik haar niet afgewezen. Na die laatste nacht had ik haar nooit meer laten gaan. Ik probeerde hem te begrijpen maar bleef steken in verontwaardiging. Verbazing. Ongeloof. Zoals zijn handen met de grootste sinecure haar hele lichaam afgetast hadden. Zoals hij zachtjes in haar onderlip gebeten had, haar oor met zijn mond omsloten had. Ze was anders geweest dan alle meisjes die hij eerder gekust had. Ze had gehuild toen hij haar aanraakte. Ze had gelachen, hem uitgedaagd en was uiteindelijk met haar neus tegen zijn rug in slaap gevallen.

 

Hij hield te veel van haar om verliefd te kunnen worden. Ze was te speciaal. Hij wilde haar dat niet ontnemen door haar tussen de anderen te plaatsen. Ik denk dat ik hem plots begreep. Ik denk dat het daarom was dat ze toch nog glimlachte. Ze had voorzien dat het een mogelijkheid was. Misschien had ze gehoopt dat hij haar vrijheid nooit zou afkopen voor iets wat niet half zo lang kon duren als hun vriendschap.

 

Ik stapte af maar zij bleef zitten met haar treurige glimlach en haar blik op oneindig. Ik besefte plots dat ik haar eerder gezien had. Haar ogen zochten afscheid in de mijne en vertelden me dat we elkaar opnieuw zouden ontmoeten. Een volgende keer. Bij een nieuwe liefde…

 

S.

19:49 Gepost door La fille C | Permalink | Commentaren (14) |  Facebook |