25-11-06

~ België-Polen 0-1 ~

 

Misschien in het midden van de nacht, bij het kleine lampje dat mijn Gentse kamertje in een zweem van warmrood licht doet baden, terwijl het kleine witte muisje diezelfde kamer met een vreselijk irritant geluid vult sinds mijn Poolse buurjongen haar rad herstelde, kan ik weer schrijven. Schrijven, naar hartenlust elke vezel van mijn o zo complexe ziel uitrafelen en hier voor u, beste lezer, neerleggen.

 

Na de mokerslag die de overgang van oktober naar november naar jaarlijkse gewoonte met zich meebracht, kwam de gewenning, het stilletjes genieten van het vroege donker en het late licht. De avontuurlijke gure wind, de bijwijlen goddelijk koude regen voerde me op plaatsen, op warme plekjes die ik bij zomertemperaturen nooit gevonden zou hebben.

 

Dit is geen verhaal, geen relaas met begin- en eindpunt. Dit is de chaos van mijn bestaan. Dit is het opeenvolgen van ontmoetingen, van vragen en antwoorden, van smachten, zuchten en stiekem het onmogelijke najagen.

 

Het waren die drie ettelijk lange uren waar wij na resems toevalligheden samen wachtten, samen voetje voor voetje naderden, plechtig zweerden dat wij geen homoseksuele contacten gehad hadden na 1977 en samen het bloedrode vocht afstonden dat straks een leven zal redden. Ik werp mijn blik op de plaats waar de naald mijn huid doordrong, waar het angstzweet me uitbrak en een rilling doorkruist mijn lichaam. Die rilling vertelt meer, ze schrijft verhalen over harems, over koekjeskruimels op het bed en over een streling die een zesde zintuig in me wakker maakte.

 

Of nee het was iets anders. Eerder. Een avond vol kussende mannen, kronkelende jongens en evenveel gapend genietenden in de rode zeteltjes voor het beeldscherm. Eén meisje tussen de talloze roze koppeltjes. De daarop volgende nachtelijke gesprekken met de oerheteroseksuelen waarbij ik onder invloed van amaretto-koffies met slagroom elke schilfer van hun ziel afpulkte tot ik de naakte mens in al zijn pracht te zien kreeg. Twijfelend. Liefhebbend. Eeuwig zoekend. Groots in eerlijkheid. Echte mannen. Zij mogen het geweten hebben. Vernuftelingen.

 

De herhaling tien dagen later des te mooier. Het was mijn beurt. In die goddelijke zetel keek ik naar mijn handen terwijl ik na een lange aanloop mijn vreemdste twijfels opbiechtte. Woorden bij hun naam noemen. Daden verantwoorden. Als apotheose het verliefde gehuppel van twee vrouwen op scherm en wij beiden genietend van hetzelfde meisjeskontje. Onwillekeurig grinnikte hij omwille van de jongen die bijwijlen in dit kind verscholen zit. Vernufteling.

 

Of was het dat plaatsvervangende euforische geluk toen ze me vertelde over het vreemde creatuur dat de laatste dagen wel erg veel van haar tijd had opgevuld. Hoe hij zijn hand op haar gezicht legde en verwonderd uitdrukte hoe perfect beide in elkaar pasten. Ik aanbid deze jongeman die mijn marsman zo in vervoering brengt. De blonde gek die ik al gekscherend de reïncarnatie van Kurt Cobain noem en hem daarmee dermate beledig dat hem weerom een vreemde blik ontsnapt. De groeten aan Brenda, schrijft hij aan haar en die groeten maakt ze mij meteen over. Hij miste ei zo na zijn trein en bewees me met een vluchtige kus op haar lippen dat het meer was dan alleen gerotzooi. De romantiek kleefde aan de koude lucht en even voelde dit hart een vlaag van angst en gemis.

 

De zeemzoete tonen en raak gekozen woorden van een al te melancholische Leuvense student alias singer-songwriter versterkten dit gevoel zowaar. Of het waren de hormonen. De portie dromerigheid werd meteen vervangen door een staaltje hete muziek van wat ik zonder schroom de geilst bewegende man van Vlaanderen zou noemen. Worstelend, verlangend, smachtend en genietend bracht ik de voorbije etmalen door.

 

Twee maal niets, zou later blijken wanneer ik moe maar meer dan voldaan mijn verlaten kamertje binnenstrompelde. Mijn hart tuimelde als een bonkerige betonmolen toen ik aarzelend op zijn deur klopte. Zijn eeuwig twinkelend-vochtige ogen vonden de mijne wanneer hij me op zijn typische manier in zijn jongenskoninkrijk binnenliet. Uren van verhalen hebben we er al op zitten, hij en ik. Over het leven, de vrijheid, de Poolse politiek en het Belgische weer. Over zijn Magic en mijn Marsman, over het christendom, over porno, over conservatieve en liberale ideeën, over de liefde en over het feit dat hij niet van meisjes met rokjes houdt maar des te meer van die met lage jeans. We spendeerden middernachtelijke uren met Stratego, Vieropeenrij en kaarten. Ik won. Hij gekrenkt. Tot hij een schaakbord bovenhaalde en ik even geleden de drie-nul onder ogen moest zien. Hij won. Ik smolt. De jongen met het lieve gezicht, de grappige boxershorts en de passie voor geschiedenis. Hij is eerlijk en direct en wordt volgend jaar journalist. Net als dit meisje dus, alleen veel sneller en beter.

 

Mijn tijdelijke god, mijn provisorische bron van adoratie tot hij over veel te korte tijd op het vliegtuig naar het thuisland zit om daar zijn doodgewone leventje weer op te pikken.

 

Polen versloeg België op het veld met één nul. België droomt van de zoetste wraak, de beslissende terugwedstrijd op Poolse bodem… Hopelijk. Ooit. Deze zomer. Misschien.

 

Thee drinken en kleren wassen was nooit eerder zo spannend…

 

Eindelijk weer,

 

je Cé

 

 

 

www.milow.be

www.lalalover.com

www.holebileuven.be/filmfestival

 

01:55 Gepost door La fille C | Permalink | Commentaren (13) |  Facebook |

03-11-06

~ Cap ~

 

Cap ou pas cap? “Durf je het aan,” vraagt ze, “elkaar tien jaar niet meer te zien…?” Ze starten hun eigen leven, tien jaar lang geen woord, geen letter, geen teken van leven… 3652 dagen en 3653 nachten later ontvangt Julien een pakje van zijn Sophie. Het draaimolentje met een briefje erbij: “Cap ou pas cap?” Tranen springen in zijn ogen. Of hij het aandurft van haar te houden…

 

Wegens mijn eeuwige onkunde me aan een ander individu te binden, krijg ik wel eens de vraag voorgeschoteld hoe ik de Liefde zie, hoe ik Haar in een persoon giet en hoe ik me Haar in een relatie voorstel. Het schijnen mensen met betrekkelijk veel tijd te zijn, die me dit vragen, daar ze negen kansen op tien meer dan een momentje mijn antwoord, mijn betoog, mijn lofrede moeten aanhoren… Evenveel kans dat ze achteraf slechts één kanttekening maken: “Die Liefde die jij zoekt, bestaat niet…” Op zo’n moment zou ik mijn wenkbrauwen fronsen, een schuldige glimlach tentoonspreiden en misschien een ietwat angstige gloed door me heen voelen stromen.

 

Ik weiger echter te geloven dat mijn liefdesbeeld een zeepbel is, klaar om open te spatten. J’attends… Desnoods 3652 dagen en 3563 nachten zoals in de prachtige prent die Mijn Liefde perfect weergeeft. Een spannende relatie tussen twee beste vrienden. Een verhaal waarin pijn en hemelhoog geluk in perfecte balans zijn. Een omgeving doordrenkt door avontuur en romantiek. Die ene juiste, foute liefde die je niet meer loslaat, je leven lang… Zou iemand me verwijten dat ik daarop wacht?

 

~ Brief aan Hij (of Zij?) die mijn eerste ware liefde wordt ~

 

Daar ben je eindelijk. Je bent helemaal natgeregend. Wat zeg je? Bus, trein en dan nog die hele weg te voet tot hier? Je bent gek. Wat een natte kus. Hij bevalt me wel, dat moet ik toegeven. Neem vlug een douche, dan hang ik je kleren te drogen. Je schaamt je toch zeker niet? Duidelijk niet… Blijf nog even hier. Ik hou er zo van je te kussen op je borst, het ene plekje na het andere tot ik uitgeput ben. Ik strijk een haarlok achter je oren, of deed jij dat met de mijne? Je laat de badkamerdeur een kiertje open en werpt je laatste kledingstuk naar mijn hoofd, alvorens het hete water over je heen te laten stromen. Ik grinnik, zet een appeltheetje en versier het hele kamertje met je kousen, je broek, je t-shirt en je ondergoed. Rillend en met enkel een handdoek om je lenden kom je weer tevoorschijn. Je veinst een zielige blik omdat je weet dat ik zal smelten. Ik nestel me in de hoek van het bed, je vleit je natte hoofd in mijn schoot. Een muziekje vult de kamer. Je vraagt me welke artiest het is. Ik haal mijn schouders op, vermoed dat het iets reggae is en antwoord dat ik het niet weet. Je vertelt me je week. Jij als eerste bezit het talent me langer dan enkele minuten het zwijgen op te leggen. Jou wíl ik niet eens onderbreken. Ik hou van je. Ik voel het kloppen onder mijn borst. Ik hou van je warme stem, van je haren die zo heerlijk geuren. Ik hoop dat je straks weer de gitaar neemt die in de hoek staat, en dat je een liedje voor me zingt. Je heft je gestroomlijnde lichaam op en kust me. Je daagt me uit. Ik hou van dat kussende geluid. Ik kus je terug. Je houdt van mij. Op dat bed gaan we zo meteen onze liefde schrijven. We zullen daarna in slaap vallen, wakker worden, ontbijten, een stomme ruzie beginnen en beëindigen. We zullen gekke briefjes voor elkaar achterlaten op rare plaatsen en ik zal je missen vanaf de eerste ademhaling die je buiten neemt. Ik kus je vaarwel en sluit de deur. Ik zoek naar mijn bril en schaterlach omdat jij er een chocolaatje aan gebonden hebt…

 

Verliefd en meer,

 

je Cé

16:35 Gepost door La fille C | Permalink | Commentaren (14) |  Facebook |