15-07-06

~ Overervingsfoutje ~

 

Lieve lezer, sta me toe U even toe te spreken. Zes volle dagen heb ik in tenten geleefd tussen de mooiste mensen, onder de warmste zon. Vaak zonderde ik mezelf af en kriebelde wat in m’n schriftje. Hieronder het resultaat. Matig maar o zo uit het hart... En ik moet bekennen: ik heb U gemist…

 

je Cé

 

~

 

Ze verhalen. Hun ogen kleven aan de jouwe en sleuren je mee in hun wervelende wereldje. Wereldkamp. Waar ook ter wereld blijft de mens fascineren, intrigeren, betoveren. Indrukken volgen elkaar in sneltempo op en je snakt naar rust – en vindt die… uiteindelijk. Gesprekken. Het ene al wat boeiender dan het andere en opponenten die uitblinken in diversiteit. Mensen schrijven gedichten, spelen accordeon of zijn gewoonweg bloedmooi. Die eerste twee categorieën verwarmen je gemoed. Ze brengen je iets bij voor het leven, de sprekers, de zangers, de mentaliteit, de lieve, alternatieve leefgroepvrienden. Je wordt een beetje groter. Over die laatste soort, tevens de gevaarlijkste, de meest spannende, ga je schrijven.

 

Schoonheid. Het leukste overervingsfoutje, de mooiste mutatie uit de geschiedenis. Inhoud of niet, lyriek is verplicht. Je innerlijke ogen registreren en genieten, verzinnen een heel nieuw verhaal bij de pareltjes van personages die ze op een presenteerblaadje aangereikt krijgen.  Is het nodig je af te vragen hoe het komt dat je schrijvershart daaraan zo gevoelig is? Moet je geweten even knagen omdat mooie mensen zovele verhalen op hun huid dragen? Grillig en genadeloos is de natuur. Hemels zijn haar sporadische hoogstandjes. Verantwoording? Nog meer woorden verspillen aan dit oermenselijke fenomeen?

 

Drie godenkinderen. Twee jongens en een meisje. Twee mannen en een vrouw. Mogelijkheden onbeperkt.

 

Zij betoverde me in één oogopslag. Vormen van een vruchtbaarheidsgodin, oogjes als van een al te flirterig pubermeisje. Haar welgevormde lichaam steevast gehuld in nauwaansluitende zuiderse stofjes die ongetwijfeld menig manvolk ~ én vrouwvolk ~ in hogere sferen brengen. Lange weelderige haren, een ritmische, ietwat parmantige manier van lopen en een immer dromerige blik. Laatste nakomelinge van een uitgestorven zigeunervolk. Ze spreekt boekdelen in één seconde: verslind me…

 

Haar metgezellen waren boeiend om te aanschouwen. Het Lot scheen me even plagerig toe te grijnzen. Zij voorzag twee dermate charmante creaturen dat een dichtershart er stil van zou worden. Ik stootte m’n metgezel aan en schonk haar de meest veelzeggende blik. Waarop zij schattend hun richting uitkeek: “Ne rêve pas…”

Zo geschiedde het. Kijken mag, dromen niet. Zij leken weggewandeld uit een ander tijdperk, een sprookje van weleer. De kleinste was een plaatje, volmaakt van kop tot teen. Ik aarzelde even en besloot toen toch te dwalen in die diepe, donkere ogen. Ze spreken met de stem van een verleden dat hij zelf niet kent. De schoonheid van zijn gezicht zou je moeten voelen als een blinde. Je vingertoppen zouden even rusten op de heerlijk hoge jukbeenderen en dan de cirkel verder afwerken langs het zachte schaamhaarbaardje en eindigen … twee lippen zijn persoontje waardig. Jongens met gekke krulletjes die hun haar in een dot hijsen en er nog zo goddelijk uitzien. Hij is er eentje van. Is het geoorloofd? Gezonde blos en een perfect gestroomlijnd bovenlijf dat onder zijn navel eindigt in een harig wegje naar beneden. Je bent om op te eten zou ik zeggen maar ik wend mijn ogen af en slaak een zuchtje in de wind.

 

De ander iets groter, iets menselijker, iets meer op de achtergrond. Je leest verhalen in zijn ogen zonder dat hij één woord spreekt. Hij wandelt rustig onder die springerige bruine krulletjes en jij noemt hem mysterie. Als je lang genoeg in z’n omgeving vertoeft, ontdek je sporen van een grootse ziel. Dan glimlacht hij plots, met van die twinkelingen in z’n ogen. Ogen die je niet beschrijft om hen geen onrecht aan te doen.

Liggend in het gras kriebelt hij woorden neer. Elegantie en evenwicht. Verfijnd als een gestroomlijnde kat. Lynx. En dan komt plots dat schaterlachje, dat teken van herkenning. Dit godenwezen blijkt een mens te zijn, gehuld in kleren die voor hem gegoten zijn, gesponnen en gestikt. Een aarzeling. Er is nog meer, nog verder wil ik zoeken. Hier wordt schoonheid even groter en mooier dan ze al was, gedragen door woorden en beelden die de zijne zijn.

 

Dit alles aanschouwen was een voorrecht, het beleven des te meer. Het bundeltje in mijn handen en een zweem van plechtigheid omhulde ons. Alsof het boekje me toesprak: zowaar je hebt een leven in je handen. Zwemmen door de zielen van een ander voelt als een klein beetje stelen. Maar bij het lezen tussen de regels vond ik een revolutionaire jongen die verwonderd werd door liefde en volgroeide tot een man. De kleine medegod daar neergezeten werd wat rusteloos en stond op. Even later werd zijn bezielde getokkel begeleid door een helder-rauwe stem. Je sloot je ogen en verhalen bezochten eenieder terwijl hij een schrijnend lied vertolkte. Twee maal. Ogen werden vochtig en de warme stilte zei genoeg. De zwarte nacht zoog allen op in haar geneugten en vier zielen hadden even iets gemeen…

 

~

21:45 Gepost door La fille C | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

fascinerend de interessantste persoon die ik dit jaar heb ontmoet.

Gepost door: bakfiets | 15-07-06

De commentaren zijn gesloten.