26-05-06

~ Un sourire, n'est-ce pas? ~

 

Pensionnaires

 

L’une avait quinze ans, l’autre en avait seize;

Toutes deux dormaient dans la même chambre.

C’était par un soir très lourd de septembre:

Frêles, des yeux bleus, de rougeurs de fraise.

 

Chacune a quitté, pour se mettre à l’aise,

La fine chemise au frais parfum d’ambre.

La plus jeune étend les bras, et se cambre,

Et sa soeur, les mains sur ses seins, la baise,

 

Puis tombe à genoux, puis devient farouche

Et tumultueuse et folle, et sa bouche

Plonge sous l’or blond, dans les ombres grises;

 

Et l’enfant, pendant ce temps-là, recense

Sur des doigts mignons des valses promises,

Et, rose, sourit avec innocence.

Kostschoolmeisjes

 

Op kostschool deelden ze, vijftien en zestien jaar,

Dezelfde kamer en, meer nog, dezelfde sponde.

Het was op een septemberavond, loom en zwaar:

Ze waren slank, blauwogig en met kersrode monden.

 

Ze hadden zich, omdat ze ’t ongedwongen vonden,

Ontdaan van hun naar amber geurend nachthemd, maar

Nu welft de jongste zich en toont zich onomwonden;

Haar zuster, die haar beide borsten streelt, kust haar,

 

Laat zich dan op haar knieën neer en wordt echt wild;

Ze buigt haar mond onstuimig, van verstand beroofd,

Naar ’t blonde goud en dieper naar de donkere plooi;

 

De jongste, turend naar haar ranke vingers, telt

Intussen al de walsen die haar zijn beloofd

En glimlacht argeloos, maar aan een blos ten prooi.

 

(Paul Verlaine)

13:03 Gepost door La fille C | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.